Inleiding tot de Europese literatuur en cultuur deel 1

  • Belang van de Electra-figuur.
  • 2. Geef uitleg over de apocriefe teksten.
    3. Leg uit: aemulatio en imitatio.
    4. Schets de literaire productie tijdens de Renaissance, geef aan waar het epicentrum ligt van de Europese letterkunde in die periode en hoe dit zwaartepunt zich verhoudt met de omliggende nationale literaturen.
    5. Waar ligt het zwaartepunt van de Europese letterkunde in de periode 1100 tot 1400? Welke verschuivingen doen zich voor?
    6. De satire is een genre dat in verschillende contexten, steeds een andere vorm aanneemt. Illustreer aan de hand van drie voorbeelden uit drie verschillende tijdvakken.
    7. In de overgang van oudheid naar middeleeuwen vinden we sporen van zowel het Byzantijnse als het Germaanse erfgoed. Omschrijf de betekenis van deze (vergeten) literaturen.
    8. Homerus, Vergilius, Dante
    Toon aan dat een complex netwerk van relaties deze namen samenhoudt.
    9. Romanciers als Defoe, Richardson en Fielding trachten de alledaagse werkelijkheid van hun tijd op een zo “realistische” mogelijke manier weer te geven in hun werk. Hoe gaan ze daarbij tewerk?
    10. De manier waarop personages worden afgebeeld in het Oude Testament verschilt danig van de manier waarop Homeros dit doet. In welke opzichten?
    11. Rousseau verwerkte het motief van de hoofse liefde in zijn “La Nouvelle Héloise”.
    (a) Leg uit wat hoofse liefde is.
    (b) Plaats de hoofse liefde in literair-historische context. Waar ontstond ze? Waar werd ze overgenomen? etc.
    (c) Hoe gebruikte Rousseau in dit werk de hoofse liefde?
    12. Geef het verband tussen literatuur en religie door heen alle tijden.
    13. Tijdens welke periodes worden sterke christelijke accenten gelegd?
    14. Wanneer vinden we emanciperende tendensen en kritiek
  • Literatuur staat niet op zich maar heeft met filosofie, religie en politiek te maken. Leg uit.
    (tabel van polysystemen geven)
    2. Bespreek van elke periode de filosofische teksten (minstens vijf)
    3. tekstfragment: Chanson de Roland: Situeer en bespreek (stijl en inhoud).
  • Bespreek de relatie tussen kunst en werkelijkheid van realisme tot postmodernisme.
    2. Fragment (tekst over de blauwe bloem): Identificeer, situeer en bespreek inhoud en stijl.1. Bespreek humanisme (ontstaan, plaats, vertegenwoordigers, cultuur-historische context,…).
    2. tekstfragment (Goethe, Leiden des jungen Werthers): situeer en bespreek (inhoud en stijl
  • bespreek de evolutie van de roman, 2 verschillende periodes bij set 1 en 2
    -tekstfragment: antigone, petrarca bij de andere set
    -meerkeuzevragen
    – vergelijk de modernistische en postmodernistische esthetica in de literatuur
    – tekstfragment: j’accuse van Zola
    andere set: – tekstfragment gottfried benn
    – roman experimental situeren en vergelijken met realisme en romantiek
  • Bespreek de evolutie van helden in de literatuur van de Oudheid tot 1800
    Situeer en becommentarieer inhoudelijk en stilistisch: Pygmalion
    Bespreek de evolutie van mimesis in de literatuur van de Oudheid tot 1800
    Situeer en becommentarieer inhoudelijk en stilistisch: Hamlet
  • bespreek (esthetica van?) realisme en romantiek
    fragment van Proust
    Bespreek roman vanaf realisme tot postmodernisme
    fragment van Keats
  • Bespreek de invloed van de technologische vooruitgang op de literatuur vanaf het realisme t.e.m. het modernisme.Tekstfragment Ulysses
  • Begrip ‘imitatio’ uitleggen en duiden adhv Klassieke Oudheid – 18de eeuw
    – Tekstfragment Sappho
  • Bespreek de verhouding van het gebruik van het Latijn en de volkstaal van in de middeleeuwen tot en met de Barok.
    (Andere reeks: Relatie religie en literatuur van de middeleeuwen tot de 18de eeuw)6p: tekstfragment van Racine (Phèdre) (met Nederlandse vertaling)
    (Andere reeks: Don Quichot)Wie schreef Warenar? / Verklaar: elocutio / Geef een voorbeeld van een pastorale roman (auteur + titel)
    (In een andere reeks vroeg ze om chryselefantine uit te leggen)

Geef een reactie